Pensioen Perspectief

Overzicht pensioenuitspraken april 2010

29-04-2010
CIVIEL
 
 
Hoger beroep
Hof A’dam 100427 200.018.812 Schretlen is niet tekortgeschoten in advisering, beheer of waarschuwingsplicht bij vermogensbeheer met geleend geld. Effectenlease-uitspraken niet van toepassing

Vermogensbeheer en belegging met geleend geld. Geen tekortkoming bank in advisering, beheer of waarschuwingsplicht. Risico’s constructie voldoende duidelijk kenbaar. Bank bevoegd tot verkoop effecten onder aankoopkoersen. Effectenlease-uitspraken niet van toepassing.

29-04-2010
CIVIEL
 
 
Hoger beroep
Hof A’dam 100427 200.018.797 Schretlen is niet tekortgeschoten in advisering, beheer of waarschuwingsplicht bij vermogensbeheer met geleend geld. Effectenlease-uitspraken niet van toepassing

Vermogensbeheer en belegging met geleend geld. Geen tekortkoming bank in advisering, beheer of waarschuwingsplicht. Risico’s constructie voldoende duidelijk kenbaar. Bank bevoegd tot verkoop effecten onder aankoopkoersen. Effectenlease-uitspraken niet van toepassing.

29-04-2010
AMBTENAREN
 
 
Hoger beroep
CRvB 100415 07-5582 Uitleg vrijwillige vertrekregeling TU Delft. Bij de berekening van de contante waarde van de te derven pensioenopbouw dient te worden uitgegaan van 2,28% voor- en na-indexatie

Opheffing functie bij TU Delft. Vrijwillige vertrekregeling. Uitleg art. 11.5 Sociaal Plan. Berekeningswijze pensioenverlies. Ingevolge art. 11.5 heeft appellant aanspraak op een voorziening als ware zijn deelneming aan de pensioenregeling van het ABP gehandhaafd, zij het naar een percentage van 73% van de oorspronkelijke opbouw. Aan de hand van concrete becijferingen dient inzichtelijk te worden gemaakt, welke aanspraak op ABP-pensioen appellant vanaf de leeftijd van 65 zal hebben en hoe hoog dat pensioen zou zijn geweest indien hij ook gedurende zijn FPU-periode deelnemer van het ABP was gebleven. Op basis daarvan kan het te verwachten pensioenverlies worden vastgesteld en kan worden vastgesteld of de in de koopsompolis voorziene maandelijkse stamrechtuitkeringen een toereikende compensatie voor dat pensioenverlies bieden. Er moet compensatie worden geboden voor de bij het ABP (veelal) gebruikelijke jaarlijkse indexatie van de pensioenaanspraken die appellant na zijn 65e jaar zal mislopen. Dit percentage bedraagt 2,28%. Over te verrichten nabetaling is de in art. 6:119 BW bedoelde wettelijke rente verschuldigd. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift heeft de totale behandeling 4 jaar en 3 maanden geduurd. Gelet op de ingewikkeldheid van de zaak is de redelijke termijn van art. 6 EVRM niet overschreden. Voor de proceskostenveroordeling wordt wegingsfactor 2 (zeer zwaar) toegepast.

29-04-2010
AMBTENAREN
 
 
Hoger beroep
CRvB 100415 07-5581 Uitleg vrijwillige vertrekregeling TU Delft. Bij de berekening van de contante waarde van de te derven pensioenopbouw dient te worden uitgegaan van 2,28% voor- en na-indexatie

Opheffing functie bij TU Delft. Vrijwillige vertrekregeling. Uitleg art. 11.5 Sociaal Plan. Berekeningswijze pensioenverlies. Ingevolge art. 11.5 heeft appellant aanspraak op een voorziening als ware zijn deelneming aan de pensioenregeling van het ABP gehandhaafd, zij het naar een percentage van 75% van de oorspronkelijke opbouw. Aan de hand van concrete becijferingen dient inzichtelijk te worden gemaakt, welke aanspraak op ABP-pensioen appellant vanaf de leeftijd van 65 zal hebben en hoe hoog dat pensioen zou zijn geweest indien hij ook gedurende zijn FPU-periode deelnemer van het ABP was gebleven. Op basis daarvan kan het te verwachten pensioenverlies worden vastgesteld en kan worden vastgesteld of de in de koopsompolis voorziene maandelijkse stamrechtuitkeringen een toereikende compensatie voor dat pensioenverlies bieden. Er moet compensatie worden geboden voor de bij het ABP (veelal) gebruikelijke jaarlijkse indexatie van de pensioenaanspraken die appellant na zijn 65e jaar zal mislopen. Dit percentage bedraagt 2,28%. Over te verrichten nabetaling is de in art. 6:119 BW bedoelde wettelijke rente verschuldigd. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift heeft de totale behandeling 4 jaar en 3 maanden geduurd. Gelet op de ingewikkeldheid van de zaak is de redelijke termijn van art. 6 EVRM niet overschreden. Voor de proceskostenveroordeling wordt wegingsfactor 2 (zeer zwaar) toegepast.

29-04-2010
CIVIEL
 
 
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rb Utrecht 100428 06-2787 Letselschadezaak (2000). Pensioenschade volgens Univé te berekenen tot prepensioendatum 62 jaar. Volgens slachtoffer 67 jaar. Volgens het oordeel van de rechter 65 jaar

Letselschade. Wiplash. Slachtoffer van aanrijding wordt later nog tweemaal van achteren aangereden. Op grond van rapport neuroloog concludeert de rechtbank dat klachten in causaal verband staan tot het eerste ongeval. Slachtoffer heeft sinds het eerste ongeval ernstige psychische problemen. Op grond van rapport psychiater concludeert de rechtbank dat het slachtoffer, wanneer het eerste ongeval hem niet was overkomen, hoogst waarschijnlijk met adequaat herstelgedrag op de latere ongevallen zou hebben gereageerd. Zelf indien er vanuit zou worden gegaan dat het slachtoffer als gevolg van een van de latere ongevallen psychisch zou zijn ingestort, doet dat niets af aan de reeds ten tijde van het eerste ongeval ontstane verplichting van de (aansprakelijkheidsverzekeraar van de) aansprakelijke partij tot vergoeding van arbeidsvermogende schade. Slachteroffer is gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Op grond van rapport arbeidsdeskundige concludeert de rechtbank dat de resterende verdiencapaciteit bij de schadevaststelling buiten beschouwing moet blijven.

28-04-2010
FISCAAL
 
art. 3.105 IB
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rb den Haag 080424 07-2200 Door vrouw van man ontvangen bedragen tzv pensioenverrekening zijn terecht bij de vrouw belast. Geen dubbele heffing. Geen opgewekt vertrouwen. Beroep ongegrond

Artikel 3.105 Wet IB 2001. Uit hoofde van echtscheidingsconvenant ontvangen uitkering ter verrekening van pensioenrechten is belast. Geen dubbele heffing. Geen opgewekt vertrouwen. Beroep ongegrond.

28-04-2010
CIVIEL
 
art. 7:681 BW
Eerste aanleg - enkelvoudig
Ktr Dordrecht 100422 09-3376 De werkgever (gesubsidieerde stichting) heeft door € 60.000 aan te bieden een eventuele grond voor kennelijk onredelijk ontslag weggenomen. Vordering afgewezen

Werknemer weigert tot twee maal toe een door werkgever aangeboden vergoeding in het kader van opzegging van de arbeidsovereenkomst en vordert schadevergoeding in het kader van een kennelijk onredelijk ontslagprocedure. Kantonrechter oordeelt dat werkgever een eventuele grond voor een kennelijk onredelijk ontslag met het aanbieden van een bedrag van € 60.000,-- heeft weggenomen en wijst vordering af.

28-04-2010
AMBTENAREN
 
 
Hoger beroep
CRvB 100423 08-220;221 De minister van SZW heeft ten onrechte beslist dat tgv de Wet VPL de grondslag vd gegeven VUT-garantie (bij overgang medewerkers LISV naar SZW) is komen te ontvallen

In de bij het Uwv geldende CAO is een overgangsrecht vervroegd uittreden opgenomen, waar appellanten rechten aan hadden kunnen ontlenen, als zij bij het Lisv (en later het Uwv) in dienst zouden zijn gebleven. Naar het oordeel van de Raad brengt de toetsingsmaatstaf mee dat appellanten in dezelfde situatie moeten worden gebracht als waren zij in dienst van het Uwv. De Raad merkt in dit verband nog op zich wel te kunnen verenigen met de overweging van de rechtbank dat in de stukken geen steun is te vinden voor de stelling van appellanten dat met de garantieregeling is beoogd een gunstiger VUT-regeling te treffen ter compensatie van andere rechtspositionele aspecten. Ook verenigt de Raad zich met de overwegingen van de rechtbank, dat geen sprake is van een volledig eigenstandige pensioenvoorziening en dat appellanten in een andere positie verkeren dan hun twee collega’s die voor 1 januari 1950 zijn geboren. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluiten. Nieuwe besluiten op bezwaar. Verklaart de bezwaren tegen de besluiten van 16 december 2005 niet-ontvankelijk.

28-04-2010
FISCAAL
 
art. 19b LB
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rb den Haag 100414 07-5934 De inspecteur heeft terecht de pensioenaanspraak waarvan is afgezien belast en revisierente in rekening gebracht omdat de aanspraak wel degelijk voor verwezenlijking vatbaar was

Inkomstenbelasting. Eiser doet afstand van in eigen beheer opgebouwd pensioen. De inspecteur rekent de waarde van het pensioenrecht tot eiseres inkomen en brengt revisierente in rekening. Eiser komt daartegen in beroep maar maakt naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat het pensioenrecht niet meer voor verwezenlijking vatbaar was. De rechtbank oordeelt tevens dat door de inspecteur in aanmerking genomen waarde niet te hoog is en de revisierente terecht in rekening is gebracht. Beroep ongegrond.

27-04-2010
CIVIEL
 
art. 7:658a BW
Kort geding
Ktr Haarlem 100311 10-36 Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling na 2 jaar arbeidsongeschiktheid. Werkgever handelt in strijd met goed werkgeverschap door onduidelijke voorwaarden te stellen

Werknemer vordert, na twee jaar arbeidsongeschiktheid, wedertewerkstelling in zijn functie op de vestiging waar hij voorafgaande aan zijn arbeidsongeschiktheid werkzaam was. Werkgever voert aan dat eiser geen (spoedeisend) belang heeft bij zijn vordering, omdat hij thans weer werkzaam is in zijn oude functie op een andere standplaats en werkgever hem heeft toegezegd dat wanneer de re-integratie succesvol is, hij in die functie ergens bij werkgever geplaatst zal worden. De kantonrechter is van oordeel dat werkgever, door uitsluitend op basis van niet bekende criteria te bepalen of de re-integratie al dan niet succesvol is, terwijl ook niet op voorhand duidelijk is waar en op welke voorwaarden eiser vervolgens zal worden geplaatst, handelt in strijd met goed werkgeverschap. Gelet op de omstandigheden van het geval kan van werkgever redelijkerwijs worden verlangd werknemer op zijn oude standplaats te laten re-integreren. De vordering wordt toegewezen.

Meer resultaten: 123456