Pensioen Perspectief

Overzicht pensioenuitspraken november 2009

30-11-2009
SOCIAAL
 
art. 17.2 AOW
Eerste aanleg - meervoudig
Rb Zutphen 091125 08-2110 en –2112 Art. 17 lid 2 AOW (voorwaarden uitzondering korting uitkering ingeval van samenwoning ivm zorgrelatie) is in strijd met art. 14 EVRM

Eisers gaan in beroep tegen herziening van nabestaandenuitkering en AOW-pensioenen. De rechtbank verklaart het beroep tegen de herziening nabestaandenuitkering ongegrond. De beroepen gericht tegen de herziening van hun AOW-pensioenen verklaart de rechtbank gegrond. Artikel 17, lid 2, van de AOW is in strijd met artikel 14 van het EVRM.

27-11-2009
CIVIEL
 
art. 7:681 BW
Cassatie
HR 091127 09-00978 Vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op basis van kantonrechtersformule ABC, en generieke korting daarop, zoals toegepast door Hof den Haag, is in strijd met de Wet

Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag ex art. 7:681 BW. Beoordeling van een vordering ex art. 7:681 lid 1 en 2 vergt dat eerst, aan de hand van alle omstandigheden van het geval, wordt vastgesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk is; de enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding heeft aangeboden, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk. Vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag is vergoeding wegens geleden schade, en heeft daarmee een ander karakter dan vergoeding naar billijkheid ex art. 7:685 lid 8. Bij vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag mogen kantonrechtersformule, en generieke korting daarop, daarom niet worden toegepast. Motiveringseisen.

27-11-2009
VREEMDELINGEN
 
 
Hoger beroep
RvS 091120 200808437 Uitleg van het vereiste van stabiele en regelmatige inkomsten bij gezinshereniging

In richtlijn 2003/86/EG worden de grenzen voor de vaststelling van de voorwaarden waaronder wordt voldaan aan het vereiste van stabiele en regelmatige inkomsten bepaald door het uit de tekst van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, voortvloeiende doel van dat vereiste, namelijk om te voorkomen dat een onderdaan van een derde land ten laste komt van het stelsel van sociale bijstand van de betrokken lidstaat. In het Nederlandse stelsel wordt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Vw 2000 niet eerder verleend dan met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voor verlening daarvan voldoet. Volgens paragaaf B1/2.1.3.1 van de Vc 2000 wordt deze verblijfsvergunning bovendien verleend met een geldigheidsduur van een jaar. Dit betekent dat de periode waarover de vreemdeling dan wel de hoofdpersoon ingevolge artikel 3.75 van het Vb 2000 dient aan te tonen dat hij beschikt over middelen van bestaan, te weten een jaar of - indien reeds gedurende een ononderbroken periode van drie jaren middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven - zes maanden, nimmer langer is dan de duur van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling op grond van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Derhalve blijven de in artikel 3.75 van het Vb 2000 neergelegde voorwaarden binnen de grenzen die voortvloeien uit artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, van richtlijn 2003/86/EG en wordt met het bepaalde in artikel 3.75 van het Vb 2000 de afgifte van een verblijfsvergunning dan ook niet meer bemoeilijkt dan in dit verband op grond van richtlijn 2003/86/EG is toegestaan. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat met het bepaalde in artikel 3.75 van het Vb 2000 een onjuiste uitleg is gegeven aan het in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, van richtlijn 2003/86/EG gehanteerde vereiste van stabiele en regelmatige inkomsten.

27-11-2009
FISCAAL
 
 
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rb Breda 080508 07-805 Saldomethode over in VS opgebouwde en niet afgetrokken gedeelte van het OP moet worden toegepast vanaf de pensioendatum en niet vanaf de latere remigratiedatum

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

26-11-2009
CIVIEL
 
art. 7:681 BW
Eerste aanleg - enkelvoudig
Ktr Haarlem 091117 09-952 Ontbinding om bedrijfseconomische redenen. Habe Nichts exceptie gehonoreerd. Reflexwerking opzegverbod tijdens ziekte door ktr verworpen

Ontbinding arbeidsovereenkomst om bedrijfseconomische redenen. De werkgeefster is een grafisch bedrijf, dat de omzet drastisch heeft zien dalen. Na diverse kostenbesparende maatregelen te hebben getroffen heeft zij voor haar grafisch ontwerpers een ontslagvergunning aangevraagd en gekregen. Omdat verweerster arbeidsongeschikt is, richt werkgeefster zich tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Het beroep van verweerster op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte treft geen doel. Het beroep van verzoekster op de Habe Nichts exceptie wel. De kantonrechter acht geen aanleiding aanwezig om verweerster een uitzonderingspositie toe te kennen ten opzichte van de andere grafische ontwerper, wiens arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding door opzegging is geëindigd, en de medewerkers die vrijwillig salaris hebben ingeleverd.

26-11-2009
CIVIEL
 
art. 7:681 BW
Hoger beroep
Hof den Bosch 090707 103.006.173 Kennelijk onredelijk ontslag. Vergoeding vlgs XYZ-formule. Z = 0,3

Kennelijk onredelijk ontslag. Hof ’s-Hertogenbosch begroot schadevergoeding met gebruikmaking van XYZ-formule.

25-11-2009
CIVIEL
 
 
Hoger beroep kort geding
Hof L’warden 091124 200.042.382 Veroordeling Achmea Schadeverzekeringen in kort geding tot betaling voorschot ivm in de toekomst te lijden schade vanwege verlies arbeidsvermogen

Voorschot in kort geding op in de toekomst te lijden schade vanwege verlies arbeidsvermogen.

25-11-2009
CIVIEL
 
art. 7:681 BW
Eerste aanleg - enkelvoudig
Ktr Utrecht 091125 09-3528 Kennelijk onredelijk ontslag. Vergoeding vlgs XYZ-formule. Z = 0,7 wegens enerzijds onvoldoende reïntegratieinspanning wg en anderzijds reeds genoten schadeloosstelling uit aov

Vordering oorspronkelijk gebaseerd op zowel arbeidsongeval (beroepsziekte) als kennelijk onredelijk ontslag. Schikkingsonderhandelingen met verzekeraar hebben geleid tot regeling tav (uitsluitend de) beroepsziekte, met uitdrukkelijk voorbehoud dat in deze schikking niet de vordering uit koo was begrepen. Toewijzend vonnis mbt de vordering uit koo om reden dat werkgever tekort is geschoten in reïntegratieinspanningen.

25-11-2009
AMBTENAREN
 
 
Hoger beroep
RvBAz Antillen en Aruba 081009 2008-8 Ongegronde claim om aan de benoeming van appellant als ambtenaar (alsnog) terugwerkende kracht te verlenen met recht op VUT-leeftijd 55 jaar

De Raad oordeelt dat de gevolgen van de Landsverordening verhoging leeftijdgrens 1996 (PB 1995, 230), te weten dat alleen ambtenaren die ten tijde van de inwerkingtreding daarvan op hun 55ste met de VUT zouden kunnen gaan, aanstonds bekend waren. Dat de na inwerkingtreding benoemde ambtenaar, die in 2005 die leeftijd bereikte, op zijn 55ste niet met de VUT kan gaan, is daarmee geen nieuw feit. De door een bestuursorgaan gegeven nadere uitleg is evenmin een nieuw feit.

23-11-2009
FISCAAL
IB
 
Hoger beroep
Hof L’warden 091113 107-08 Niet aangegeven afkoop in 2002 kv met lijfrenteclausule. Renseignement Interpolis (abusievelijk) 2003 levert volgens Hof een nieuw feit op. Navordering terecht. Geen boete

Partijen houdt verdeeld of de Inspecteur de onderhavige navorderingsaanslag en boetebeschikking terecht heeft opgelegd. Belanghebbende stelt dat de Inspecteur niet beschikt over een zogenoemd nieuw feit. Naar zijn mening is ook geen sprake van bij hem aanwezige kwade trouw zodat aan geen enkele voorwaarde voor het opleggen van een navorderingsaanslag zoals genoemd in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) wordt voldaan. Belanghebbende weerspreekt, voor wat betreft de boete, bovendien dat van zijn zijde sprake is van (voorwaardelijk) opzet. De Inspecteur stelt, in afwijking van het in eerste aanleg door hem ingenomen standpunt, dat hij over een nieuw feit beschikt dat navordering rechtvaardigt en dat het (primair) aan (voorwaardelijk) opzet dan wel (subsidiair) aan de grove schuld van belanghebbende is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven.

Meer resultaten: 1234