We kijken altijd verder Wij maken complexe zaken begrijpelijk

Nieuwsgierig of vragen?

Bent u nieuwsgierig naar onze diensten of heeft u vragen?

Versoepeling RVU-heffing en introductie vertrekregeling.

15 september 2020

De vertrekregeling stelt werknemers in staat om eerder te stoppen met werken. Zonder dat de werkgever wordt geconfronteerd met een RVU-heffing van 52 %. Maar let op, het is een tijdelijke regeling. Wees er dus “als de kippen bij”.

Versoepeling RVU-heffing

Een werkgever kan een werknemer financieel helpen om eerder te stoppen met werken. Maar tot nu toe werd die bijdrage van de werkgever belast met een zogenaamde RVU-boete van 52 % (RVU betekent: Regeling Vervroegde Uittreding).  In het pensioenakkoord is afgesproken dat die RVU-heffing (tijdelijk en onder voorwaarden) wordt versoepeld.

Introductie vertrekregeling

Met behulp van de vertrekregeling kunnen werkgevers en werknemers een financiële bijdrage afspreken om eerder te kunnen stoppen met werken. Die bijdrage wordt dan niet belast met een RVU-heffing. De essentie is dat de werknemer wordt geholpen om de periode tot ingang van de AOW-leeftijd te financieel overbruggen. Daarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De vertrekregeling start maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd;
  • De uitkering bedraagt maximaal € 21.204,– per jaar (netto vergelijkbaar met de AOW voor een alleenstaande)
  • De uitkering mag periodiek of ineens (maximaal € 63.612,–) worden verstrekt.

Is de periode langer dan 3 jaar of de vergoeding meer dan 3 x € 21.204,–? Dan wordt het meerdere alsnog belast met een RVU-heffing.

Opmerkelijk: ziet een eenmalige uitkering toe op een periode langer dan 3 jaar? Dan wordt sowieso het hele bedrag belast met een RVU-heffing!

Belangrijke aandachtspunten wetsvoorstel

Uit het wetsvoorstel vloeien een aantal belangrijke aandachtspunten voort. Wij vatten er enkele (!) samen:

  • Een eenmalige uitkering wordt niet gekort op een eventuele WW-uitkering. De periodieke uitkering wordt geheel gekort! Het Kabinet en de sociale partners hebben afgesproken om zoveel mogelijk een periodieke uitkering af te spreken.
  • De overheid stelt subsidie ter beschikking, o.a. om knelpunten in de vertrekregeling op te lossen. De subsidieverstrekking verloopt via de “sociale partners”.
  • Overweegt de werknemer om gebruik te maken van de vertrekregeling? Dan is het is wenselijk dat de werkgever de werknemer informeert over de gevolgen voor de Inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke regelingen.

Planning

De vertrekregeling is tijdelijk. Tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2026 kunnen werknemers instromen. De uitloopperiode loopt dan van 2026 tot 2029. 

De vertrekregeling kan op landelijk niveau door sociale partners worden afgesproken. In een aantal  “cao-principeakkoorden” is de regeling al opgenomen. Ook op lokaal niveau kan de regeling worden overeengekomen. Dan maken werkgevers en ondernemingsraden/werknemers daar zelf afspraken over. 

Tip voor werkgevers/HR

Onderzoek dit najaar de (on)wenselijkheid van een vertrekregeling zodat die per 1 januari a.s. kan starten. Betrek daarbij ook de ondernemingsraad en zorg voor een adequate voorlichting van de werknemers. En bij vragen, neem gerust met ons contact op.