We kijken altijd verder Wij maken complexe zaken begrijpelijk

Nieuwsgierig of vragen?

Bent u nieuwsgierig naar onze diensten of heeft u vragen? Neem contact met ons op!

Versoepeling RVU-heffing en introductie vertrekregeling.

29 oktober 2020

In onze vorige nieuwsbrief hebben wij al aandacht besteed aan de versoepeling van de RVU-heffing en de introductie van de vertrekregeling. Hieronder gaan wij nader in op deze regeling en op de mogelijkheden om als werkgever hiervan gebruik te maken.

Regeling voor vervroegde uittreding (RVU)

Als gevolg van de stijgende levensverwachting is de afgelopen jaren zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd in stappen verhoogd. Het kabinetsbeleid is erop gericht om de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen. Hiervoor is onder andere de RVU-heffing in de wet opgenomen, om te voorkomen dat werkgevers hun oudere werknemers financieel helpen om eerder te kunnen stoppen met werken.

Wat is een RVU? Een regeling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft om de periode tot het pensioen van werknemer te overbruggen, kan worden aangemerkt als een RVU. Voorbeelden:

  • Een eenmalig bedrag bij einde dienstbetrekking;
  • Een wachtgeldregeling;
  • Vrijstelling van werk met doorbetaling van het loon voor een bepaalde periode.

Om te toetsen of een regeling aangemerkt kan worden als een RVU zijn er twee toetsen die moeten worden aangelegd.

Toets 1: Objectieve voorwaarden en kenmerken van de regeling toetsen

Deze toetsing kan plaatsvinden op collectief dan wel individueel niveau.

Belangrijkste toetsing hierbij is of het ontslag al dan niet leeftijdsgerelateerd is: heeft de regeling tot doel om oudere werknemers vervroegd te laten stoppen met werken? De toets of er sprake is van een RVU dient vooraf plaats te vinden. De beweegredenen van zowel de werkgever als de werknemer zijn hierbij niet relevant. Staat een regeling bijvoorbeeld open voor werknemers vanaf een bepaalde leeftijd, dan zal deze al snel aangemerkt worden als een RVU.

Toets 2: 70% toets

Is sprake van een RVU-regeling, dan zal nog per individuele werknemer getoetst moeten worden of feitelijk ook sprake is van een overbrugging of aanvulling.

  • Met de ontslagvergoeding wordt een fictieve uitkering berekend voor de periode die aanvangt op de datum van feitelijke uitdiensttreding en die eindigt op de dag voorafgaande aan het bereiken van 24 maanden voor de pensioen- of AOW-leeftijd (vroegste van de twee);
  • Tevens dient in deze periode meegenomen te worden de naar verwachting overig te ontvangen uitkeringen uit dezelfde vroegere dienstbetrekking (WW, ZW, WAO, VUT, prepensioen, vervroegd ouderdomspensioen, levensloop e.d.) Deze dienen in de toets te worden ingebouwd;
  • Wordt een fictieve uitkering bereikt die hoger is dan 70% van het reguliere jaarloon, dan is sprake van een RVU;
  • Wordt deze 70% niet bereikt, dan is er geen sprake van een RVU.

Sanctie bij een RVU

Naast dat de ontslagvergoeding regulier wordt belast bij de werknemer, vindt bij de werkgever een eindheffing (strafheffing) plaats van 52% heffing over de ontslagvergoeding.

Introductie vertrekregeling

In het pensioenakkoord is afgesproken dat die RVU-heffing (tijdelijk en onder voorwaarden) wordt versoepeld. Met behulp van de vertrekregeling kunnen werkgevers en werknemers een financiële bijdrage afspreken om eerder te kunnen stoppen met werken. Die bijdrage wordt in het geheel niet belast dan wel gedeeltelijk belast, afhankelijk van de hoogte en de duur van de regeling. De essentie is dat de werknemer wordt geholpen om de periode tot ingang van de AOW-leeftijd financieel te overbruggen. De regeling kent een tijdelijk karakter en staat open in de jaren 2021-2025 met een overgangsregeling (uitloop) in de jaren 2026-2028.

Vertrekregeling in het geheel niet belast

Als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden, dan is de vertrekregeling bij de werkgever in het geheel niet belast. Uiteraard wordt de uitkering bij de werknemer regulier belast.

Voorwaarden:

  • De vertrekregeling start maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd (36 maanden);
  • De uitkering bedraagt maximaal € 1.767 bruto per maand (vergelijkbaar met de netto AOW voor een alleenstaande);
  • De uitkering mag periodiek of ineens (maximaal € 63.612,–) worden verstrekt.

Vertrekregeling gedeeltelijk belast

De tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing is een zogenaamde drempelvrijstelling. Spreekt u een langere periode af, dan wel een hogere vergoeding, dan is het meerdere belast. Bijvoorbeeld:

  • De regeling vangt aan 40 maanden voor AOW-leeftijd;
  • De regeling vangt aan 36 maanden voor AOW-leeftijd, maar de ontslagvergoeding bedraagt meer dan 36 x € 1.767,– bruto per maand.

In deze gevallen is het meerdere belast.

Let op: vangt de regeling eerder aan dan 36 maanden voor AOW-leeftijd en betreft het een bedrag ineens, dan is het gehele bedrag belast met RVU-heffing!

 Tip voor de praktijk

  • Overweegt u voor het einde van het jaar nog oudere werknemers te ontslaan, laat dan de regeling toetsen op het risico van een RVU.
  • Wellicht is uitstel van het ontslag tot begin 2021 nog mogelijk, zodat de RVU-heffing (deels) bespaard kan worden.
  • Ontslag in 2021. Welke ontslagvergoeding wenst u mee te geven en valt deze geheel of gedeeltelijk onder de nieuwe vertrekregeling? Laat de voorgenomen ontslagvergoeding toetsen.
  • Overweegt een werknemer om gebruik te maken van de vertrekregeling? Dan is het is wenselijk dat de werkgever de werknemer informeert over de gevolgen voor de Inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke regelingen.
  • Denk ook eens aan andere vormen van ouderenbeleid zoals, een demotieregeling of een generatiepactregeling.

Wij adviseren u graag! En bij vragen, neem gerust met ons contact op.