We kijken altijd verder Wij maken complexe zaken begrijpelijk

Nieuwsgierig of vragen?

Bent u nieuwsgierig naar onze diensten of heeft u vragen? Neem contact met ons op!

Vertrekregeling: een goed middel maar wat zijn de (WW)bijwerkingen?

29 april 2021

De vertrekregeling is een probaat middel om eerder te stoppen met werken. Maar heeft de deelnemer aan een vertrekregeling ook recht op WW? Met andere woorden, wat zijn de WW-bijwerkingen?

Samenvatting vertrekregeling

De vertrekregeling vloeit voort uit het pensioenakkoord. Met behulp van de vertrekregeling kunnen werkgevers en werknemers vanaf 01-01-2021 een regeling afspreken om eerder te stoppen met werken zonder dat de werkgever met een RVU-boete (Regeling Vervroegde Uitkering) van 52 % wordt belast. De kenmerken zijn samengevat:

  • Maximale periode: 3 jaar voor de AOW-datum eerder stoppen met werken;
  • Maximale uitkering: € 22.164,– per jaar.

Meer details van de vertrekregeling lees je op onze pagina kernbegrippen. En over de grote flexibiliteit van de vertrekregeling lees je meer in onze laatste nieuwsbrief. De vertrekregeling is populair. Zeker nu het ernaar uitziet dat eerdere pensionering met behulp van een 45-dienstjarenregeling er voorlopig niet in zit.  Het onderzoek van de FNV waaruit blijkt dat 50 % van de werknemers denkt niet door te kunnen werken tot de pensioendatum onderstreept het belang van een vertrekregeling.

WW bijwerkingen

In de praktijk speelt de vraag of de deelnemer aan de vertrekregeling ook recht op een WW-uitkering heeft. Samengevat zit dat als volgt:

  • In principe is er recht op een WW uitkering als de arbeidsovereenkomst eindigt op basis van een vaststellingsovereenkomst. Er is in principe geen recht op WW als er sprake is van een beëindigingovereenkomst (initiatief werknemer);
  • Wordt de vertrekregeling periodiek uitgekeerd, dan wordt een eventuele WW uitkering daarmee verrekend. Is er sprake van een eenmalige uitkering, dan vindt er geen verrekening plaats;
  • Kortom: de combinatie “vaststellingsovereenkomst + eenmalige uitkering” leidt er in principe (!) toe dat er recht is op een WW-uitkering die niet gekort wordt.
  • De sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) hebben in het pensioenakkoord afgesproken dat een periodieke uitkering het uitgangspunt is.

NB: werkgevers die niet vallen onder een bedrijfstak CAO zijn niet aan die afspraak gebonden;

  • De overheid stelt 1 miljard subsidie ter beschikking, de zogenaamde MDIEU regeling (Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden). Een voorwaarde voor subsidie is dat de arbeidsovereenkomst eindigt op basis van een beëindigingsovereenkomst. Dan is er dus geen recht op een WW uitkering.

NB: werkgevers die niet vallen onder een bedrijfstak CAO zullen in de praktijk niet snel voor MDIEU subsidie in aanmerking komen.

Tips voor de OR

  • Onderzoek de wenselijkheid van een vertrekregeling in jouw organisatie;
  • Is er een bedrijfstak-CAO van toepassing? Informeer dan naar de status van de vertrekregeling in jouw bedrijfstak. In een aantal CAO’s is al een vertrekregeling afgesproken;
  • Is er geen bedrijfstak-CAO van toepassing? Dan ligt het initiatief tot het instellen van een vertrekregeling op lokaal niveau. Neem als OR het initiatief en zet de vertrekregeling op de agenda van het overleg.